Home

Woordzoeker zonder opgave. Lierenaar. Vriend van Isidoor.

Brief aan de Sint

Beste Sint,

Het is lang geleden dat ik u nog een brief schreef. Op zekere leeftijd voelt een jongen dat hij er te groot voor wordt. Te stoer misschien. Te bereid om de wereld te veroveren en uit zijn voegen te laten barsten, want dat hoort bij jongens die groot worden. U begrijpt dat wel, u bent zelf ook zo ’n jongetje geweest. Maar u bent door mijn hoofd blijven spoken beste Sint. Al die tijd. Als enige heilige overigens, want zo hoog loop ik met uw soortgenoten niet echt op. Maar u bleef ergens in mij zitten. Ik vocht er niet tegen, wel integendeel. Heeft het iets te maken met de glimlach van mijn moeder die ik ooit ontwaarde toen wij als kleine jochies de trap afdonderden om uw gulle giften te bewonderen? Zo ’n glimlach van een moeder, die wil wel eens blijven kleven op het netvlies. Of is het door het onverwoestbare vertrouwen waarmee mijn eigen kinderen naar beneden stuikten, iedere ochtend van uw feestdag? Trouwens, mijn jongste doet dat morgen ook terug, zij is nog geloviger dan ik, en weer zal er iets zijn dat mij roert, weer zal ik niet kunnen zeggen wat. Om u maar te schetsen, u zit ergens in mij.

Daarom durf ik het woord tot u te richten. Niet om iets te krijgen. Hoegenaamd niet. Ik heb alles wat ik nodig heb. Ik lieg. Ik heb meer dan ik nodig heb. Dus neen, u hoeft echt niets achter te laten voor mij. Maar er is wel die gunst, die ene gunst, die ik u vragen wil. Het is geen kleine, ik besef het wel, maar het is er een die er toe doet, denk ik toch.

Zou u, als u ergens nog een beetje speling hebt binnen dat drukke schema, de tijd kunnen nemen om even binnen te wandelen bij een paar grote kinderen die u misschien, en dit is geen verwijt, een beetje uit het oog verloor de laatste jaren. Ik heb het over onze leiders. Die van ons land. Die van onze buurlanden. En bij uitbreiding die van de landen die daar nog allemaal achter liggen. Ga eens bij hen langs in het holst van de nacht, wanneer u zeker weet dat zij diep slapen, en even hun denken en dubben op het nachtkastje hebben gelegd. Een schoen zullen zij niet hebben gezet. Schoenen gebruiken zij om naast te lopen, om voetafdrukken mee te maken in het gras van anderen, om ze niet aan te trekken wanneer ze hen echt zouden passen.

Ga bij hen langs lieve Sint, alstublieft, en laat iets achter wat hen morgenvroeg zou kunnen ontredderen, al was het maar voor even. Een speeltje, een boek, een hebbeding waardoor zij plots terug even dat jongetje zijn dat nog niet van plan was de wereld te veroveren.

Probeer het eens beste Sint, ik vraag het u. Want ik denk dat zij door die enkele ogenblikken van verwondering terug zouden weten hoe het verder moet. U bent een kindervriend. Door dat te doen goede Sint, legt u gelijk weer een toekomst in de schoenen van al die kleintjes. En kijkt u dan maar eens naar de glimlach van die moeders. Sint, u bent toch ook maar een man.

Mijn oprechte genegen groeten.

Kris

 

Woesten in Hautekiet

Als de jury aan Hautekiet vertelt dat men van het publiek verwacht 'Woesten' in die lijst van Het Beste Boek te stemmen, wie ben ik dan om dat tegen te spreken?

Meer nog ... ik houd jullie niet tegen om dit massaal te doen.

 

 

Aan alle docenten van de kleuteruniversiteit

U zwaaide zopas mijn jongste kleuter uit.
Met toeters en bellen, geuren en kleuren, alweer was niets u teveel.

Vijf keer zag ik het gebeuren, hoe u mijn onzeker ronddrentelende prinsen of prinsessen, bij de hand nam, uit de wind zette, een duwtje gaf, de deuren voor ze opende.

Het is mij een raadsel hoe u dat doet.
Zij vinden bij aanvang nog niet eens de juiste woorden, zitten voortdurend onder snottebellen en etensresten, weten nauwelijks hun jas te knopen, kijken versteld het boze wonder ‘wereld’ aan, met grote verwachtingsvolle ogen.
Hoe u dat doet, hen mee te voeren, op een reis vol avonturen en hen met uw glimlach en eeuwig enthousiasme een plek te toveren waar zij boordevol vertrouwen veilig durven dansen en rondhuppelen.
Hoe u erin slaagt de verwachting in hun blik niet teniet te doen, sterker nog, in hun ogen een glans te kleuren die menig volwassene met verstomming slaat en ontroert tot in zijn diepste kieren.

Pluimen op uw hoeden, champagne in uw glazen, ovaties, standbeelden, niets lijkt mij straf genoeg om duidelijk te maken hoe wonderlijk u geweest bent in de eerste levensjaren van mijn vijf prinsen en prinsessen.

Mijn allerdiepste waardering hebt u.

Er rest mij enkel nog een handdruk of een kus.

Van harte.

Een vader.

kinderhandjes